Nieuw communicatienetwerk: GMS en C2000.

Momenteel zijn er in Nederland 25 regionale meldkamers voor ambulance (CPA), brandweer (AC) en politie (MK).

De grootste vertraging die optreedt in de meldingsketen is de communicatie tussen de hulpdiensten onderling. Mede door het gebruik van twee systemen (GMS en C2000) wordt getracht deze vertraging zo klein mogelijk te houden.

GMS. © Brandweer Lunteren

GMS staat voor het Geïntegreerd Meldkamer Systeem. Het GMS is een computer-systeem waarin ambulance, brandweer en politie hun meldingen aannemen en hun incidenten mee afhandelen. Aangezien er door de hulpdiensten in een regio gewerkt wordt met éénzelfde database, heeft elke centralist die bezig is met het incident inzicht in de werkzaamheden van de ander bij datzelfde incident. Maar elke centralist heeft ook inzicht in de gegevens van de andere diensten met betrekking tot bijvoorbeeld objecten en instanties. Hierdoor wordt veel efficiënter gebruik gemaakt van de beschikbare gegevens.

Meldingen worden aangenomen in een zgn. ‘intelligent kladblok’. Dit kladblok herkent bepaalde karakteristieken (woorden of zinnen) en bepaalt aan de hand daarvan automatisch het soort incident en aanvullende informatie, zoals aantal gewonden, aanwezigheid van gevaarlijke stoffen etc.

RAC Gelderland Midden te Arnhem

foto meldtafel alarmcentrale Arnhem.

© Brandweer Lunteren
Voor de locatiegegevens (straten, kruispunten, plaatsen) wordt gebruik gemaakt van het Nationaal Locatie Bestand (NLB). Hierin zijn alle straten van heel Nederland opgenomen en elke regio krijgt dat deel van het NLB dat voor hun regio van belang is. Het NLB wordt naar verwachting elke drie maanden geüpdate, zodat de meldkamers altijd de actuele gegevens hebben over de nieuwe straten.

Ook gegevens van objecten in de regio, zoals verpleeghuizen, winkels etc. zijn opgenomen in het systeem. Hierdoor krijgen alle diensten bij het aannemen van een melding direct alle gegevens van een object te zien, compleet met gegevens over o.a. sleutelhouders.

Na het aannemen van een melding en het toekennen van een meldingsclassificatie (soort incident) wordt automatisch een inzetbehoefte berekend en voorgesteld. De centralist kan deze zonodig aanpassen, en na acceptatie worden automatisch de juiste eenheden en instanties gealarmeerd via de gekoppelde systemen (telefooncentrale, C2000-mobilofoonsysteem, P2000-alarmeringssysteem etc.).

Momenteel zijn de meeste meldkamers operationeel met dit GMS.

C2000.© Brandweer Lunteren

Het nieuwe communicatie-netwerk voor alle hulpverleningsdiensten is in heel Nederland operationeel.
Onze regio Gelderland-Midden is op 18 mei 2005 operationeel gegaan.
Dit netwerk met landelijke dekking wordt volledig betaald door de Nederlandse overheid.
De randapparatuur zoals mobilofoons en portofoons moet betaald worden door de regio's evenals de gebruikskosten.

Van dit netwerk maken de volgende instanties gebruik: Brandweer, Politie, Ambulance, Marechausse, Landelijke politiedienst KLPD. Het ministerie is heel terughoudend en streng met het toelaten van andere gebruikers, wel worden toegelaten: Bedrijfsbrandweren, Reddingsbrigade, Rode Kruis en afsleepdiensten.

Dit nieuwe netwerk is volledig digitaal en daarom ook zeer moeilijk, zo niet onmogelijk, met een scanner mee te luisteren. Voor de diensten heeft digitaal het voordeel dat er ook data-gegevens verstuurd kunnen worden. Verder is de capaciteit van de frequenties vele malen groter en kunnen de verschillende diensten onderling met elkaar communiceren.

Wat houdt C2000 in. © Brandweer Lunteren

Het ministerie heeft een eenduidig landelijk dekkend netwerk gebouwd (C2000) en elke hulpverleningsdienst kan daar op dezelfde manier gebruik van maken. Dus nu zijn alle meldkamers hetzelfde, is grotendeels de manier van werken hetzelfde en is de meeste randapparatuur hetzelfde. En het allerbelangrijkste, ook de frequenties zijn hetzelfde. Dit betekent dat er de mogelijkheid bestaat dat er onderling gecommuniceerd kan worden; een politieman in Groningen kan theorethisch probleemloos met zijn portofoon praten met een ambulance in Katwijk.
Met dit nieuwe netwerk is het mogelijk om met een portofoon buitenshuis op alle plekken in Nederland 95 van de 100 keer verbinding te krijgen met de meldkamer. Er mag nergens in Nederland een plek zijn waar men buitenshuis nooit met een portofoon verbinding kan krijgen. Op deze manier is het ook mogelijk op zeer veel plekken binnenshuis met een portofoon verbinding te krijgen met de meldkamer/alarmcentrale of een andere eenheid.

Met C2000 wordt de portofoon of mobilofoon afgestemd op een gespreksgroep. Dit is een groep van gebruikers die met elkaar kunnen communiceren. Een gespreksgroep kan ook per gemeente of per inzet gedefinieerd zijn. Dan horen alleen de eenheden van die gemeente of die specifieke inzet elkaar en verder niet.

Verder heeft de meldkamer altijd de mogelijkheid een gespreksgroep aan te passen. Op verzoek kan hij dus een gespreksgroep van een brandinzet uitbreiden met politie en ambulance eenheden daar ter plekke. Op dat moment kunnen alle diensten bij dat incident met elkaar communiceren. Dat lukt zelfs met een ambulance die onderweg is naar een ver gelegen ziekenhuis omdat de communicatie via het landelijke netwerk met steunzenders verloopt.

principe C2000-netwerk © Brandweer Lunteren

Bij C2000 wordt door middel van trunking alle beschikbare frequenties permanent benut. Iedere keer als er spraak of informatie wordt verzonden kiest de computer razendsnel een vrij kanaal (frequentie) en zorgt ervoor dat die boodschap naar iedereen in de afgesproken gespreksgroep gaat. Op die manier worden de frequenties efficiënt benut en bieden zij aanzienlijk meer capaciteit dan een analoog systeem.

Trunking is mogelijk door de snelheid waarmee de computer telkens de frequentie kiest en de snelheid waarmee de gedigitaliseerde informatie (ook die van spraak) wordt verzonden. Beeldend voorgesteld flitsen er telkens over één frequentie allerlei stukjes spraak en data van verschillende gespreksgroepen. Omdat in principe alle frequenties gebruikt kunnen worden is het ook mogelijk om tegelijkertijd een gesprek te voeren en gebruik te maken van databestanden. De computer kiest immers welke frequentie daarvoor beschikbaar is.

Hoewel trunking de capaciteit van de beschikbare kanalen enorm vergroot zijn ook met dit systeem momenten van volledige bezetting niet uit te sluiten. Wanneer er meer gelijktijdige oproepen zijn dan er aan kanalen beschikbaar is, kan een kort wachtmoment mogelijk zijn. De kans daarop is echter wel zeer klein. Uit veiligheidsoverwegingen is het systeem zo geprogrammeerd dat bij gelijktijdige oproepen voorrang wordt gegeven aan noodoproepen. In noodsituaties is er dus altijd een kanaal beschikbaar.

Via datacommunicatie kunnen de diverse diensten snel informatie opvragen uit databases, zoals gegevens over gevaarlijke stoffen, kentekens of patiëntengegevens.

In geval van noodsituaties kan op de mobilofoon of portofoon door middel van het indrukken van één nood-toets direct spraakcontact verkregen worden met de meldkamer, met de hoogste prioriteit.

Binnen C2000 is het ook mogelijk buiten het netwerk om met elkaar te communiceren. Dit noemt men DMO. Dan gaat de verbinding rechtstreeks van portofoon/mobilofoon naar portofoon/mobilofoon buiten het netwerk om. Het spreekt vanzelf dat men zich nu wel dicht bij elkaar moet bevinden om elkaars signalen te ontvangen. Dit net wordt gebruikt voor het portofoonverkeer bij de brandweer voor onderlinge communicatie tussen de ploegen. Bij de brandweer verandert er dan ook niet veel.
Het landelijke verbindingsschema wat nu gehanteerd wordt bij de brandweer blijft dan ook grotendeels gehandhaaft.

In het voertuig zit een mobilofoon welke via het netwerk van C2000 contact heeft met de alarmcentrale en de overige voertuigen die in een gespreksgroep zitten.

C2000-mobilofoon    klik hier voor alle tot nu toe goedgekeurde C2000 mobilofoons.

Verder heeft de bevelvoerder van een voertuig en de OvD een portofoon die ook rechtstreeks in contact staat met de AC. Daarnaast heeft elke ploeg, de bevelvoerder en de chauffeur onderling contact via een aparte gespreksgroep in DMO modus, dus buiten het netwerk om.

C2000 portofoon     klik hier voor alle tot nu toe goedgekeurde C2000 portofoons.

P2000. © Brandweer Lunteren

Het C2000 mobilofoon en data-systeem wordt gebruikt door alle hulpverleningsdiensten. Voor de brandweer en ambulance is er echter een systeem toegevoegd om de 36000 piepers van de nederlandse brandweer en ambulances te alarmeren. Dit noemt men het P2000 systeem volgens het amerikaanse FLEX-protocol, een in Amerika reeds jaren bestaand semafoonsysteem. Dit systeem wordt ook gekoppeld aan GMS zodat de centralist na een melding direct de juiste eenheden van de brandweer kan alarmeren. Dit is ook een landelijk dekkend netwerk zodat binnen Nederland een oproep altijd wordt ontvangen.

P2000 pager korps Lunteren

Deze pager voor het P2000-systeem geeft geen gesproken bericht maar de melding komt tijdens het piepen als tekst op het display. Dit moet dan gelezen worden door de vrijwilliger die op weg is naar de kazerne. De pager heeft de mogelijkheid van verschillende piep-signalen zodat men wel kan horen of het spoed is of een persoonlijke oproep. Ook is de pager voorzien van een tril-functie. In de pager kunnen 16 verschillende codes geprogrammeerd worden.
's Nachts kan de pager in de lader geplaatst worden om de accu op te laden.

De opstelpunten © Brandweer Lunteren

Een opstelpunt is een plaats (meestal antennemast ) waar antennes aan of op geplaatst worden.
In Nederland staan inmiddels bijna 600 van deze opstelpunten.

C2000 mast Ede Kazernelaan

In Lunteren en omgeving zijn ook een aantal masten geplaatst. C2000-masten zijn 35, 45, 53 of 60 meter hoog. Aan een opstelpunt zitten twee, drie of zelfs vier antennes. Elke antenne heeft een eigen functie. Het C2000-netwerk bestaat technisch gezien uit een drietal netwerken te weten; Tetra landmobiel (spraak en datacommunicatie met mobilofoon of portofoon), Tetra Airmobiel (spraak en datacommunicatie voor vliegtuigen en helikopters) en een alarmeringsoproepnetwerk (voor alarmering van brandweer en ambulances via P2000). Elk van deze netwerken heeft in verband met zijn specifieke toepassing zijn eigen antennes nodig. Het Tetra landmobiele netwerk heeft twee antennes nodig om een bepaalde extra winst uit de antenneopstelling te halen waardoor er minder opstelpunten noodzakelijk zijn. Het Tetra Airmobiele netwerk heeft een speciale antenne nodig die communicatie tot op grote hoogte mogelijk maakt (niet iedere antennemast heeft een antenne voor Airmobiel). Het alarmerings-netwerk (P2000) heeft z'n eigen antenne nodig omdat dit netwerk in een afwijkende frequentieband werkt en daarom niet te combineren is met de antennes voor Tetra (C2000).

Frequenties © Brandweer Lunteren

Het nieuwe Tetra-netwerk werkt op de frequenties tussen 380 en 395 MHz.
De frequenties 380-385 MHz worden gebruikt voor de communicatie van een portofoon of mobilofoon naar de zendmast.
Van de zendmast naar een protofoon of mobilofoon wordt gebruik gemaakt van de frequenties 390-395 MHz.
Het P2000 alarmeringsnetwerk werkt op de vaste frequentie 169.6500 MHz.

De frequenties van het Tetra-netwerk (C2000) zijn met een scanner wel te ontvangen maar hier kan men niets van verstaan. Het zijn digitale signalen die ook nog eens versluierd zijn. Helaas, daarvoor kan de scanner in de prullenbak.

Het alarmeringsnetwerk (P2000) voor brandweer en ambulance is wel met een scanner te ontvangen. Voor het oor is er dan nog steeds niets van te maken, maar wanneer men een scanner met discriminator-uitgang via een simpel monosnoertje aansluit op de computer, en men installeert de juiste software (PDW v2.4) hiervoor, komen prachtig de alarmeringen in beeld zoals ze ook op de pagers komen te staan.

scherm PDW 2.4 met P2000 alarmeringen